Bestaansreden

In 1989 werd de Vort’n Vis gesticht door jonge mensen die “anders” waren, nergens bij hoorden, en nergens anders hun ding vonden. De mainstream jeugdbewegingen en jeugdhuizen lagen hen niet, al was het maar omdat ze er hun ding niet konden/mochten doen. Ze vonden hun topdown-aanpak te betuttelend. Ze hadden het gevoel dat ze vanuit een soort eenheidsdenken in een kader werden gedrongen waarin ze gewoon niet pasten. Ze wilden zich ook niet langer voor de toeristen verbergen, zoals de toenmalige Ieperse goegemeente dit wou. Daarom stichtten ze dan maar hun eigen plek -hun eigen safe space- waar ze zichzelf mochten zijn en hun eigen ding konden doen. Het leidende principe is DIY (Do It Yourself) en het bijbehorende vrije initiatief : wacht niet tot anderen iets voor je doen; neem zelf het heft in handen en schep zelf je eigen ding die bij je past.

In ART Vortn Vis komen mensen samen die op een of andere manier “anders” zijn : neurodivergent (autisme, ADHD/ADD, dyslexie/dyscalculie, hoogbegaafd, hoogsensitief, …), vreemde afkomst, andere seksuele voorkeur, traumatisch verleden, … Zij ervaren de wereld om hen heen anders en kijken er op een andere manier naar. Dit uit zich vaak ook cultureel in een afwijkende voorkeur van muziek, kledij, en kapsel. Ze kunnen niet aarden in een kader van eenheidsdenken dat hen in naam van uniformiteit en efficiëntie in een kader wil duwen dat hen niet past. Zo’n “one size fits all”-aanpak voelt voor hen aan alsof een cirkel in een vierkant moet passen (en de cirkel zich dus kleiner moet maken als het vierkant niet breed genoeg is) en maakt hen ongelukkig. Goedbedoelde hulpverlening voelt voor hen vaak betuttelend aan; alsof ze “kruts” van 3 jaar oud zijn. Zeker als hun “anders”-zijn nodeloos wordt geproblematiseerd of zelfs gepathologiseerd en gemedicaliseerd. Zij zijn meestal niet ziek, maar gewoon “anders”. Hen gewoon als een volwaardige mens behandelen werkt meestal veel beter. Ook een opgedrongen mono-identiteit door de dominerende groep in de samenleving ligt hen niet. De vrije en zelfgekozen identiteit ligt hen beter.

In ART Vortn Vis doet je afkomst en je sociale status er niet toe; enkel hoe je als mens bent. Iedereen is kind van de plaats, tijd en omstandigheden waarin men opgroeide. Maar we wonen uiteindelijk allemaal op hetzelfde wereldbolletje in het schier oneindige heelal. Je bent niet verantwoordelijk voor wat je niet zelf koos of je overkwam, maar wel voor hoe je er mee omgaat. Mensen die “anders” zijn komen uit alle lagen van de maatschappij : arm en rijk, lokale en vreemde oorsprong, hogere en lagere sociale klasse, gegoede en marginale gezinssituatie, progressief en conservatief, … De ene heeft wat meer geluk in het leven gehad, de andere wat minder. Maar ze hebben hun “anders”-zijn gemeen. Vaak hielpen de Vortn en hun individuele medewerkers anderen die tussen de mazen van de reguliere hulpverlening vielen.

Medewerkers van de Vortn krijgen vanuit het DIY-principe als vrijwilliger een ruime autonomie in hun vrijwilligerswerk. Vrijwilligerswerk is een belangrijke bijdrage aan het maatschappelijk middenveld, waarbij burgers zichzelf organiseren om zelf voor hun belangen op te komen. De organisatie van het maatschappelijk leven is te belangrijk om enkel aan politiek en economie over te laten. De vrijwilligers van de Vortn worden niet behandeld als gratis personeel en hebben DIY-gewijs veel ruimte voor vrij initiatief. Die vrijheid is echter niet vrijblijvend, want samen met die vrijheid komen ook de bijbehorende verantwoordelijkheden. De minder leuke taken die bij hun vrijheden behoren (administratie, kuisen, was en plas, …) worden niet door betaalde krachten gedaan, maar moeten ze ook DIY-gewijs zelf doen. Dit laatste kan soms heftig zijn, maar het leert hen wel om zelf initiatief te nemen en zelf problemen op te lossen. Dit werkt voor mensen die “anders” zijn beter dan de topdown-aanpak in veel andere organisaties. Baasje spelen of managertje spelen werkt trouwens toch niet bij onbetaalde vrijwilligers. Vaardigheden in de Vortn opgedaan waren vaak nuttig in het latere leven. Vaak werden oud-vrijwilligers van de Vortn later zelfstandigen, al dan niet uit noodzaak. Al was het maar omdat ze vaak de discriminatie ondergaan van werkgevers die mensen die “anders” zijn “niet kneedbaar genoeg”, “raar”, of “niet in hun team passen” vinden. Als ze dan al werk in loondienst vinden worden ze vaak in onzekere en slecht betaalde jobs uitgebuit. Dan kunnen ze evengoed voor zichzelf gaan werken.