OORLOGSVERHEERLIJKING IN IEPER

English translation

Ieper, 11 juni 1998

De zomer is in Ieper de periode van de jaarlijkse militaire parades. Deze jaarlijkse verheerlijking van de oorlog stuit mij al jaren tegen de borst. Ik heb er 10 jaar geleden ook al eens mijn mening over neergeschreven in het artikel "Menenpoort bullshit" die ik in mijn toenmalige zine "De Rattebeet" had gepubliceerd. Alhoewel ik sommige zaken nu iets genuanceerder bekijk, sta ik toch nog altijd achter de gedachtengang die ik toen formuleerde. Ik ben blijkbaar niet de enige die een lage dunk heeft over deze verheerlijking van de oorlog. Lees er maar eens het interview met Raoul d'Udekem d'Acoz, broer van de Poperingse burgemeester, in het aprilnummer van "Ticket" op na. Ook de Britse soldaat Siegfried Sassoon, die het Ieperse slagveld overleefde, dacht na de Eerste Wereldoorlog het zijne over dit triomfalisme en schreef er zijn gedacht over neer.

Voor alle duidelijkheid: ik ben geen pacifist. Ik erken het recht op zelfverdediging tegen gewelddadige agressors, en dit desnoods met tegengeweld als het niet anders kan. Maar ik vind het echt niet nodig om geweld ook nog eens te verheerlijken, en als anti-militarist (wat niet hetzelfde is als anti-militair) heb ik het dus zeker niet begrepen op de verheerlijking van oorlog. En precies deze oorlogverheerlijking duldt de gemeente Ieper om met oorlogstoerisme Angelsaksische toeristen aan te trekken en dus geld in het laatje te brengen van de plaatselijke zelfstandigen. De Engelsen dulden trouwens geen kritiek op hun militaristische monumenten. En vandalisme aan deze monumenten is voor hen zelfs een zodanige heiligschennis dat het iedere keer met een diplomatiek incident tussen België en het Verenigd Koninkrijk gepaard gaat, en plaatselijke politie en rijkswacht een bijna bovenmenselijke inspanning doen om toch maar de daders te vinden en te straffen. Een graffiti op hun militaristische monumenten is blijkbaar een erger misdrijf dan een bankoverval. Niet dat ik nu een pleidooi wil houden voor vandalisme, maar ik betwist wel het "heilige" karakter van militaristische monumenten.

Wijlen mijn vader had als kind de Eerste Wereldoorlog meegemaakt. Het heeft van hem een anti-militarist gemaakt. "Al die generaals die al deze medailles kregen waren in werkelijkheid lafaards", zei hij mij ooit. "Ze lieten anderen, de gewone soldaten, het vuile werk voor hen doen en voor hun medailles sterven, terwijl ze zelf op een veilige afstand van het slagveld zaten. De echte helden waren de moeders die in oorlogstijd hun kinderen eten gaven en groot brachten. Zij verdienen veel meer medailles en respekt dan deze generaals."

De verering van de generaals die hier tijdens de Eerste Wereldoorlog op een veilige afstand van het front beslisten over leven en dood van duizenden mensen is misplaatst. Dit is vooral het geval met de Britse generaal Haig, die ook in eigen land bekend stond als "The Butcher". Men zou alle standbeelden van deze generaals uit het stadsbeeld moeten wegnemen, en alle straten die naar hen genoemd zijn (Haiglaan, Plumerlaan,...) van naam moeten veranderen. Men zou deze straten bijvoorbeeld kunnen noemen naar onbekende kind-soldaten -uit de rangen van alle toen strijdende partijen- die hier een zinloze dood zijn gestorven, ver weg van huis.

Deze Eerste Wereldoorlog was niets meer dan een ordinaire familieruzie tussen Europese vorsten op de rug van hun respektievelijke bevolkingen. De Duitse Kaiser en de Britse King waren immers familie van elkaar. Wij werden zogezegd "bevrijd" door de Engelsen. Bevrijd van wat? Het valt eigenlijk te betwijfelen of het voor de Ieperlingen zoveel verschil zou uitgemaakt hebben als de Duitsers de Eerste Wereldoorlog hadden gewonnen, want uiteindelijk verschilde de politieke kultuur in het toenmalige Duitse Keizerrijk niet fundamenteel van het toenmalige Britse Imperium. Er ontstond pas na de Eerste Wereldoorlog een fundamenteel verschil in politieke kultuur tussen Duitsland en Groot-Brittannië, en dit heeft uiteindelijk geleid tot de Tweede Wereldoorlog. Toen maakte de nazi-bezetting wél een fundamenteel verschil uit.

Deze zogezegde "verdediging van het vaderland" was puur boerenbedrog, want in werkelijkheid werden alleen de ekonomische belangen van de toenmalige ekonomische en politieke elites verdedigd. Na de oorlog kreeg het gewone volk als beloning medailles, monumenten, feesten en militaire parades als zoethoudertje voor hun niet meer te herstellen leed. En men maakte de nabestaanden van de doden wijs dat hun dierbaren "voor God en Vaderland" gestorven waren. En dezen geloofden dit meestal ook omdat ze de gedachte niet konden verdragen dat hun dierbaren eigenlijk een zinloze dood waren gestorven.

Het enige zinvolle aan dit oorlogstoerisme zijn de musea waar wordt stilgestaan bij de wreedheid en zinloosheid van oorlog zonder de werkelijkheid ervan te verbloemen, al was het maar als waarschuwing aan toekomstige generaties dat oorlog geen videospelletje is, maar een serieuze zaak. Men mag al deze oorlogsellende niet vergeten, en men moet leren zoeken naar vreedzamer vormen van konfliktbeheersing. Maar dat men bij deze herinneringsplechtigheden alstublieft al dit misplaatst triomfalistisch en militaristisch gedoe achterwege laat. Oorlog en geweld zijn geen zaken om trots op te zijn.

Jan Claus

Lees ook volgende artikels over de verheerlijking van oorlog in Ieper:

*) Menenpoort bullshit
*) Bedenkingen vanop Hill 62
*) Siegfried Sassoon over de Menenpoort